
Dit fictieve detectiveverhaal speelt zich af in Den Haag tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoofdinspecteur Charlie Swieninck, chef van het Bureau Bijzondere Delicten, onderzoekt de moord op een prominente NSB’er. Swieninck, een boomlange en kortaangebonden man, moet het opnemen tegen de NSB, waarbij zelfs Anton Mussert in zijn vizier komt.
Hoewel de historische context accuraat is, vond ik het verhaal zelf vlak. Ik kon geen band opbouwen met de hoofdpersoon. Wel bevat het boek interessante historische wetenswaardigheden. Het duurde echter lang voordat ik in het verhaal werd gezogen.
Een punt van kritiek dat ik op Goodreads las, en waar ik het volledig mee eens ben, is het gebruik van echte historische figuren in een fictief verhaal over gruwelijke moorden. Zelfs als het om NSB’ers gaat, die schuldig waren aan ernstige misdaden, roept het de vraag op of het ethisch verantwoord is om hen dit soort daden in een fictief verhaal te laten begaan.